Boyolali en Julie, een Indisch meisje eind 2017 of begin 2018

Maart 2017 - Mediteren in de Boeroeboedoer

Maart 2017 – Amsterdam, Dakar en later dit jaar naar Indonesië  - Een dik jaar geheel vrij om historisch onderzoek te doen over de periode vanaf circa 1811 tot 1922, het jaar dat archeoloog Johan Van Beeck, een van de hoofdpersonen in het Boyolaliboek, komt te overlijden. 
 
Johan en mijn overgrootvader Casper Frederik Deuning ontmoeten elkaar in 1871 op station Tangoeng. Werden later buren in de buurt van Boyolali en bleven zeer goed bevriend met elkaar. 
 
Johan bezoekt veel tempelcomplexen over geheel Java. En schrijft in zijn dagboeken over de tempels, de bevolking en zijn leven in en rond zijn huis aan de kali, niet ver bij Casper vandaan.  
 
Onderzoek doen is dagelijks héél veel lezen en veel beeldmateriaal bekijken. En dan weer een paar pagina's schrijven aan het boek "Boyolali". Een boek wat vooraf zal gaan aan het boek over "Julie, een Indisch meisje". Het Boyolali boekt verhaalt over mijn voorouders die op Java werden geboren. 
 
Als ik het even de weg kwijt ben. Ga ik in de Boeroeboedoer in zo’n ‘klok’ zitten mediteren. Om weer inspiratie op te doen. 
   
Onderzoek doe ik naar de positie van de Indo-Europeanen en hun Javaanse vrouwen. Waaronder mijn familie van moeder's kant. Mijn Nederduitse grootvader kwam in 1728 ongetrouwd in Batavia aan. Er woonden nauwelijks 'blanke' vrouwen. De bazen van de VOC vonden het wel prima als de medewerkers omgang hadden met Aziatische vrouwen. Hun kinderen zouden dan later ook voor de VOC kunnen werken. En deze 'gemengde' nakomelingen zouden zich ook weer mengen met inlandse vrouwen of met reeds gemengde nakomelingen.

Mevrouw Cornelia van Nijenroode op het schilderij  heeft een Japanse moeder en Hollandse vader. Zij was getrouwd met VOC onderkoopman Pieter Cnoll.

Er zijn dus ook gemengdbloedigen met DNA uit Portugal, Duitsland, Frankrijk, Engeland, Hongarije of andere EU landen of zelfs uit China, India of Arabische landen. 

De inheemse moeders  konden Javaans, Maleis, Ambonees, Soendanees, Chinees. Menadonees enz. zijn. 

De circa 1 miljoen Nederlanders in 2017 met Indo DNA in hun bloed zijn aldus geen homogene groepering.
 
Mijn onderzoek beperkt zich tot mijn familie in de Vorstenlanden vanaf circa 1800 tot circa 1946. Het merendeel van mijn familie woonde en werkte in de streek tussen Semarang en Jogjakarta. 

Met name in en rond Soerakarta en Boyolali waar zij vanaf 1870 hoofdzakelijk in de sterk groeiende suikerindustrie werkten.
 
Pas na 1900 zwermen de Deuning’s uit over Java en ook wel Sumatra en Nieuw-Guinea. 


In 1741 nam Michiel Deuning als ‘Vrijburger’ een nieuwe job aan als militair-timmerman. In Boyolali en Kartasoera. En later, na de verhuizing van de kraton naar Soerakarta werkten zijn kinderen  en kleinkinderen eveneens voor de VOC en het Gouvernement om de kraton te 'beschermen'.  
 
Salarissen werden via de VOC betaald en later door het Gouvernement. De Deuning’s waren daardoor lang aan het hof in Soerakarta verbonden. Na de ontbinding van de VOC en een korte periode onder Engels bewind behoorde Indië tot het koninkrijk en werd de koloniale expansie serieus aangepakt.

Overgrootvader Hendrik Deuning en zijn broer Johannis hebben het bezoek van de toen net 17 jaar oude prins (Willem Frederik) Hendrik aan Soerakarta meegemaakt.

De prins kwam op 1 juli 1837 in Soerakarta aan. Prins Hendrik is het enige lid van het koningshuis die het oude Nederlands-Indië heeft bezocht.  Zijn vader was Koning Willem II. Hendrikje zit helemaal rechts op de bank.

De prins logeerde in 1837 ook nog een paar nachtjes in Batavia-Rijswijk.

De Deuning's trouwden niet met hof prinsessen maar leefden in concubinaat met (ontzettend) mooie meisjes uit de kraton waardoor er grondstukken in de familie kwamen. Toen de Deuning's vanaf 1870 landhuurders werden werd er ‘eigen geld’ verdiend.Wat weer verloren ging in de economische crisis vanaf circa 1890.

Mijn overgrootvader Casper Frederik Deuning (1842) is de enige van de vier zoons van zijn vader Hendrik die ver voor 1900 als Indo tot administrateur van Suikeronderneming Tjokro-Toeloong wist op te klimmen. 
Vanaf circa 1880 werken de andere Deuning's op ondernemingen of worden (Klein) ambtenaar. Indo-Europeanen hadden zelden hogere posities want die waren weggelegd voor de Hollanders. Het merendeel van de Indo-Europeanen leeft echter op het zelfde (lage) niveau als de inheemse bevolking. 


De grondstukken die de Javaanse echtgenoten in brachten zouden opgegeven moeten worden als er wettelijk getrouwd werd. Katholieke opa Casper trouwde pas na meer dan 17 jaar samenwonen en na een verandering in de naturalisatiewet (1892) met zijn grote liefde Djeminem.  Zij hadden toen al elf kinderen. 
 
Oma Djeminem (circa 1856) liet zich in 1896 dopen en werd daarna Johanna genoemd.  In 1898 overleed Johanna. Hun laatste dochtertje Maria vijf maanden later. Hierdoor werd mijn oma Charlotte de jongste dochter.
Hoe woonden de Indo-Europeanen tussen de ‘inheemschen’ en de Europeanen? Wat dachten zij? Waar gingen zij naar school? 
 
Wat voor werk deden zij? Welk geloof hingen zij aan? Hoe zat het met de hartstocht en de seks?
 
Want zijn het niet de driften en teeltkeuzes (ja ja Darwin) die hun voor- en tegenspoed bepalen. Wat aten zij? Net zoals de Europeanen? Of  toch liever lokale hapjes.
Overgrootvader Casper behoorde als katholiek tot een zeer kleine minderheid tussen de protestanten en de Islamitische Hindoestaanse gelovigen op Java.  Hoe leef en denk je dan?   
 
De Indo-Europeanen waren indertijd geen schrijvers van boeken. Wel verhalen vertellers. Reggie Baay is een uitzondering.